woensdag 26 december 2012 - Innovatie
In de verschillende innovatieprojecten zijn interessante ontwikkelingen gerealiseerd c.q. nog gaande. Deze willen we graag met andere bedrijven delen en vervolgens kijken of we nog een stap verder kunnen zetten. Wellicht dat dit leidt tot nieuwe projectideeën en samenwerkingen.
Per technologisch gebied wordt er een verdiepingsworkshop georganiseerd. Het programma duurt van 15.00 of 16.00 uur tot 18.30 uur en ziet er steeds als volgt uit:
- Introductie door kernplatformlid
- Pitchen van de projecten met het accent op de technologische ontwikkelingen
- Discussie/uitwisseling
- Aangeklede borrel
De agenda voor het voorjaar ziet er als volgt uit:
• 5 februari - verdiepingsworkshop Remote Diagnostics - Eindhoven
• 21 februari - verdiepingsworkshop Nanomaterialen - Elsloo
• 5 maart - verdiepingsworkshop Oppervlaktebehandeling - Zoersel
• 13 maart - verdiepingsworkshop Embedded Vision - Leuven
Deelname: gratis
Aanmelden: verplicht - ga in de agenda naar de workshop van uw keuze en meld u aan. Dat kan hier.
Het aantal deelnemers is beperkt en uw deelname is pas defintief als u een persoonlijke bevestiging hebt ontvangen.
donderdag 13 december 2012 - Cleantech
Kleine windturbines zijn rendabel als de turbine goed wordt gekozen en de plaatsing zorgvuldig gebeurt. Dat is de conclusie van een recent onderzoeksproject aan de Erasmushogeschool Brussel en de Vrije Universiteit Brussel, gesteund door het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) Vlaanderen. Kleine windturbines met een ashoogte tot 15 meter vormen volgens het onderzoeksproject een interessant alternatief voor zonnepanelen. Voor KMO's zou de terugverdientijd voor een kleine windturbine een tiental jaar zijn voor een locatie met goede windomstandigheden. Met steunmaatregelen zoals de ecologiepremie zijn kleine windturbines voor ondernemingen rendabel, tenminste als een geschikte turbine wordt gekozen en als ze geplaatst worden op een goede locatie. Computersimulaties van de windomstandigheden, eventueel aangevuld met windmetingen, geven een betrouwbaar beeld over een locatie.
Rendement
Voor het project werd een overzicht opgesteld van windturbines met een nominaal vermogen kleiner dan 100 kW. Voor meer dan 700 turbines werden basisgegevens zoals kostprijs en geschatte jaarlijkse productie verzameld.
"Er is een enorme spreiding in het rendement van kleine windturbines, wat typisch is voor een jonge markt die nog ver staat van maturiteit. De beste kleine windturbines werken prima, maar er is erg veel kaf tussen het koren", aldus de onderzoekers. De nood aan testvelden en een vorm van certificering voor kleine windturbines is dan ook een van de aanbevelingen van dit project.
Vlaanderen heeft reeds een Windplan, maar dat geeft enkel windsnelheden weer op 75 m hoogte, waardoor de resultaten van dat Windplan niet rechtstreeks gebruikt kunnen worden voor kleine windturbines.
woensdag 12 december 2012
Onze provincie is natuurlijk niet de enige plek waar aan innovatie bij KMO's wordt gedaan. Soms is het geod om ervaringen ook internationaal uit te wisselen, en dat is precies wat Flanders Smart Hub deed bij haar bezoek aan de conferentie van Nordic Innovation (clusterinitiatief over de 5 Scandinavische landen) in Stockholm, Zweden.
De afgelopen twee jaar hebben daar 100 Scandinavische bedrijven (uit Denemarken, Zweden, Noorwegen, Finland en Ijsland - met in totaal 800 betrokken managers - innovatie management hoog op de agenda geplaatst. De doelstellingen van die jarenlange opvolging waren (1) een grotere bewustmaking van de nood aan/dynamiek van innovatie en de talrijke gebieden waarop men dit kan toepassen en managen, (2) het grafisch en statistisch weergeven van die verschillende innovatiegebieden met telkens de focus van het bedrijf gedurende drie gespreide analysemomenten in een periode van 2 jaar en (3) duidelijk maken dat een meer gefocuste innovatie-inzet betere en meer vruchten afwerpt.

.jpg)
Nadat Nordic Innovation en een team van consultants hen gedurende die tijd van nabij hebben opgevolgd, zijn er enkele interessante inzichten. Het project werd afgesloten met een conferentie waar die bevindingen en de ervaringen van de bedrijven zelf op een rijtje werden gezet. Centraal in de aanpak van Nordic Innovation stond de innovation radar, ontwikkeld door de Kellogg School of Management, Northwestern University). Uit die evolutie van innovatie-focus kunnen de bedrijven dan visueel analyseren waar ze op inzetten, en waar ze (nog) niet op inzetten en waar dus het potentieel ligt.
De resultaten van het jarenlange onderzoek aan de hand van de innovatieradar zijn op zijn minst hoopgevend.
1. Door het gebruik van de tool wordt innovatie-inspanningen en focus visueel weergegeven. De inspanningen van de bedrijven zijn gemiddeld toegenomen in de afgelopen twee jaar. Vier grote innovatie gebieden: offering, customer, operations en relationship. De hoofdmoot lag in 2010 op offering (80%) en dit blijft zo in 2012 (64%) dus geen grote evolutie. In de toekomst wordt ook customer innovatie belangrijker (target 30%). Relationship (samenwerkingsverbanden, etc…) blijft zorgenkind met in 2012 slechts 3%. Dit in scherpe tegenstelling tot de VS waar bedrijven hier 20% van hun middelen op inzetten!
2. De inspanningen gebeuren gemiddeld genomen meer gefocust (high focus)
3. De interne eensgezindheid over de nood aan innovatie neemt toe (awareness)
Kortom, met de innovatie radar en een nauwgezette opvolging, kan men tot behoorlijke innovatie-resultaten komen. Niet dat het een wondermiddel is dat blindelings overal kan toegepast worden, maar het geeft een bedrijf op zijn minst een duidelijk beeld waar vandaag de focus ligt, hoe deze evolueert door de tijd en wat de andere mogelijkheden zijn. Een pleidooi dus voor meer gerichte focus op verschillende deelgebieden dus, als tegengewicht voor de nog vaak gebruikte shotgun-methodologie (zonder focus innoveren). Benieuwd wat dat zal geven in Vlaams Brabant...


maandag 10 december 2012 - Innovatie
Praktische vragen waarmee je als KMO zit. Rond uiteenlopende technische zaken, maar ook bedrijfskundige. Waar kun je daar mee naar toe? Wie kan snel concrete antwoorden bieden? Binnen de Vlaamse hogescholen is er heel wat kennis en expertise aanwezig in uiteenlopende domeinen. Deze kennis staat ter beschikking van jouw bedrijf en dat wordt nu nog beter toegankelijk! Verschillende hogescholen hebben namelijk een uniek en herkenbaar aanspreekpunt gecreëerd binnen hun organisatie, waaraan je je vragen kunt stellen. Rechtstreeks, telefonisch of per mail en als de situatie dat vereist, dan komen ze langs. Vergt jouw vraag meer onderzoek, dan word je doorverwezen naar de juiste mensen. Dat kan zijn binnen de hogeschool, maar ook daarbuiten naar andere kennisinstellingen of privé-organisaties. De naam van dit initiatief, dat over heel Vlaanderen wordt uitgerold en dat financieel ondersteund wordt door het Agentschap Ondernemen? Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra of kortweg LEDs.
Ter illustratie vier LEDs uit de provincie Vlaams-Brabant en uit Brussel.
Groep T is een innovatieve en internationaal georiënteerde hogeschool in Leuven die actief is op het vlak van engineering, enterprising en educating. Het LED dat deze hogeschool heeft opgezet beoogt het ondersteunen van KMO’s met betrekking tot het verduurzamen van hun activiteiten. Energie-efficiëntie, duurzaam materiaalgebruik en een lage carbon footprint staan hierbij centraal. De knowhow die via het LED beschikbaar wordt gesteld, bestrijkt alle relevante stappen van productie over transport en onderhoud tot productterugname en recyclage. Met vragen kun je terecht bij wim.dewulf@groept.be
De Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) beschouwt het als haar taak om bedrijven concreet bij te staan met haar kennis. Eén van de domeinen, waar rond men veel expertise heeft opgebouwd is logistiek. Dit is dan ook het onderwerp van hun LED, dat fungeert als een platform waarbij bedrijven en organisaties uit Vlaanderen terecht kunnen met logistieke problemen. Het LED bundelt bestaande knowhow over logistiek en zijn organisatorische, communicatieve en technologische dimensie. Met vragen kun je terecht bij bart.henssen@hubrussel.be.
Dankzij de snelle opmars van smartphones, tablets en mobiel internet zoeken gebruikers steeds vaker informatie onderweg op. Apps zijn daarbij uitstekende marketing en customer service tools en maken het mogelijk om heel uiteenlopende content aan te bieden. De Erasmushogeschool Brussel (EhB) heeft state of the art expertise opgebouwd rond mobiele applicaties en hun toepassingen en stelt deze op een heel praktische manier ter beschikking aan geïnteresseerde KMO’s. Dit LED biedt eerste lijnsadvies voor organisaties die een app willen (laten) bouwen. Met vragen kun je terecht bij annick.dhooge@ehb.be.
KHLeuven biedt professionele bacheloropleidingen aan in de studiegebieden gezondheidszorg, handelswetenschappen en bedrijfskunde, industriële wetenschappen & technologie, onderwijs en sociaal-agogisch werk. De KHLeuven wil haar kennis ook ten dienste stellen van de bedrijven en organisaties in de regio, middels een groeiend aanbod aan onderzoeks-en dienstverleningsactiviteiten. Het LED ‘Business development’ levert expertise ten dienste van de bedrijfsvoering : financieel beleid, fiscaliteit, juridische vragen, marketing, communicatie, marktonderzoek, projectmanagement. Met vragen kun je terecht bij veerle.vanhoorick@khleuven.be.
Overigens kunnen Vlaams-Brabantse bedrijven ook met vragen aankloppen bij LEDs uit andere provincies. Met de uitbouw van een netwerk van Laagdrempelige Expertise- en Dienstverleningscentra wil Vlaanderen de aanwezige kennis en expertise binnen de Vlaamse hogescholen vlotter ontsluiten. KMO's en organisaties krijgen op die manier praktische probleemoplossingen aangereikt. Ze worden gestimuleerd om alert te blijven voor de nieuwste ontwikkelingen en kunnen rekenen op een doorgedreven ondersteuning om deze zelf te gaan toepassen. Een boeiende wisselwerking tussen onderwijs en werkveld, die ongetwijfeld een extra stimulans betekent voor het ondernemerschap en de creativiteit in Vlaanderen.
maandag 10 december 2012 - Innovatie
Het IWT – het agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie – voerde een aantal wijzigingen door in zijn werkwijze. Hiermee kunnen een ruimere groep van bedrijven op een eenvoudigere manier subsidiëring aanvragen voor hun innovatieve projecten. De wijzigingen worden van kracht op 1 januari 2013.
Het IWT kent jaarlijks ongeveer 140 miljoen euro steun toe voor innoverende projecten van uiteenlopende bedrijven. Het agentschap voerde een aantal veranderingen door in zijn instrumentarium.
Doelgroep wordt verruimd
In eerste instantie zorgde het IWT voor een verruiming van zijn doelgroepen. Naast de kmo-projecten – die op een vrij eenvoudige manier kunnen worden aangevraagd – en de O&O-projecten voor de grote spelers, komen nu ook ‘sprint-projecten’ in aanmerking.
Deze gaan uit van grote ondernemingen die niet beschikken over een grote R&D-afdeling, maar wel innovatieve projecten willen doorvoeren. Ook zij zullen vanaf januari op een snelle en eenvoudige manier subsidies kunnen aanvragen.
Vooral gericht naar de procesindustrie
“Met deze verruiming willen we ook grote bedrijven met een kleine R&D-afdeling stimuleren om te innoveren en projecten op te zetten. Het is een bedrijfsgroep die nu niet altijd bij ons aanklopt, omdat ze de tijd en de middelen niet vrijmaken om de O&O-procedure te doorlopen. Concreet verruimen we hiermee ons aanbod vooral naar de procesindustrie, waar dit type bedrijven het meest voorkomt”, zegt Veerle Lories, administrateur-generaal van het IWT.
Ook voor de ‘innovatievolgers’ zullen de steunmogelijkheden volgend jaar verruimd worden, met nadruk op de toepassing van recent ontwikkelde kennis en technologie.
Minder papier
Tegelijk zorgde het IWT ervoor dat een aantal stappen in de aanvragen van subsidiëring vereenvoudigd werden. De in te vullen formulieren werden korter en logischer. Ook uit het kostenmodel dat bedrijven moeten voorleggen, zijn de meest omslachtige factoren – zoals de berekening van de personeelskosten – vereenvoudigd.
Ook de evaluatie van de projecten is vereenvoudigd: de kwaliteit wordt nu ‘voldoende’ of ‘onvoldoende’ bevonden.
De nadruk zal komen te liggen op de mogelijke impact van de projecten. Die impact heeft te maken met tewerkstelling en investering, maar ook met samenwerking binnen Vlaanderen en bijdrage tot duurzame ontwikkeling.
Interactie en advies
De mogelijkheid om projecten mondeling voor te stellen, wordt dan weer uitgebreid. Niet alleen voor kmo-projecten, maar ook voor sprint-projecten zullen ondernemers hiervan gebruik kunnen maken.
“Waar we niet op hebben beknot, is de interactie en het advies dat bedrijven krijgen van het IWT. Dat wordt immers op prijs gesteld; voor vele ondernemers is onze evaluatie een eerste, zeer nuttige externe toetsing van hun werk”, aldus Veerle Lories.
Link: www.iwt.be/subsidies
maandag 01 oktober 2012 - Cleantech
Vandaag vond de plechtige lancering plaats van i-Cleantech Vlaanderen vzw en de vijf Provinciale Cleantechantennes. De vzw zal een katalysator zijn voor de ontwikkeling en uitrol van schone technologieën in Vlaanderen, met een open blik op de wereld. De officiële persconferentie, met de medewerking van onder andere Minister Ingrid Lieten en de vijf provinciegouverneurs, ging een breed opgezet symposium vooraf met sleutelactoren uit de Vlaamse cleantechwereld. De interesse voor dit event was overdonderend. Meer dan 350 personen, waaronder een zeer groot aantal uit de industrie, schreven zich in voor dit cleantechevent, wat het beste bewijs levert voor de meerwaarde van een “onderkoepelende” Vlaamse cleantechtstructuur.
Sense of urgency
Onze samenleving staat momenteel voor enorme uitdagingen, niet in het minst op ecologisch vlak. De uitdaging van de klimaatverandering en de eindigheid van sommige kritieke grondstoffen en fossiele energiebronnen, versterkt door de financieel-economische crisis, bepaalt meer dan ooit de politieke agenda van internationale, nationale en regionale overheden. Er is dringend nood aan een vergroening van onze economie. Concreet betekent dit een transitie naar een kringloopeconomie met zorg en aandacht voor mens en milieu. Cleantech zal hierin essentieel zijn. Per definitie is cleantech een verzamelnaam van producten, diensten en processen op basis van schone technologieën die het gebruik van onze natuurlijke hulpbronnen optimaliseren, de milieu-impact minimaliseren en maatschappelijke toegevoegde waarde creëren. Essentieel hierbij is de combinatie van economische, ecologische en sociale meerwaarde (People-Planet-Profit) in een overkoepelend transitieperspectief. i-Cleantech Vlaanderen Voorzitter Peter Tom Jones: “De transitie naar een duurzame samenleving is immers niet louter een technologische transitie. Daarvoor is ook systeeminnovatie noodzakelijk waarbij maatschappelijke systemen die onze behoeften invullen, in hun geheel duurzamer functioneren. Dit gaat verder dan technologische innovatie maar betekent ook innovatie op vlak van organisatie, instrumenten en sociaal-culturele processen.”
Oprichting en missie i-Cleantech Vlaanderen vzw
Mee op initiatief van de Vlaamse Regering werd de vzw i-Cleantech Vlaanderen op 27/01/2012 formeel opgericht. Minister Ingrid Lieten: “Duurzaamheid lijkt wel het nieuwe modewoord anno 2012. Maar het is meer dan zomaar een goed verkopend woord. Duurzaamheid is willens nillens steeds meer een gebod. Het is hoog tijd dat we aan de slag gaan om oplossingen te zoeken voor onze klimaatproblematiek en alles wat dat met zich meebrengt. We kunnen simpelweg niet anders, want fossiele energie en grondstoffen worden steeds schaarser en de kloof tussen vraag en aanbod wordt er niet kleiner op. Daarom ben ik ervan overtuigd dat i-Cleantech Vlaanderen als hefboom voor een duurzame economische en maatschappelijke ontwikkeling in Vlaanderen kan fungeren. Concreet wordt i-Cleantech Vlaanderen een extra kracht om de maatschappelijke uitdagingen van de visie die we ontwikkelden mee te realiseren. En dat kunnen we alleen maar toejuichen.” Er werd een sterke Raad van Bestuur samengesteld met topfiguren uit onder andere industrie en kennisinstellingen. In de periode januari-september2012 werd intensief – achter de schermen – gewerkt aan de architectuur en uitbouw van de organisatie. Kersvers Algemeen Directeur Bart Vercoutere (ex-werknemer Royal Haskoning Belgium) werd aangetrokken voor de dagelijkse leiding. Vercoutere: “Ook in Vlaanderen wordt al massaal ingezet op schone technologie. Veel goede bedoelingen, buitengewone ideeën, en fantastische initiatieven: het is echter moeilijk om door de bomen het bos nog te zien. Door de versnippering blijven kansen vaak onbenut. Precies daar ligt de meerwaarde van i-Cleantech Vlaanderen: een katalysator zijn voor de ontwikkeling en uitrol van schone technologieën. I-Cleantech Vlaanderen moet de Vlaamse cleantechsector een gezicht geven zowel in Vlaanderen als in het buitenland.”
Internationaal karakter en tewerkstelling
Dirk Fransaer, gedelegeerd bestuurder van VITO en tevens ondervoorzitter van i-Cleantech Vlaanderen, ijvert zelf al heel lang voor de internationalisering: “Vlaanderen heeft, zelfs in Europa, een belangrijke voorsprong op het vlak van milieu- en groene technologie, o.a. omwille van de strenge milieueisen enerzijds en de bezorgdheid van de verankering van de industrie (cf. initiatieven rond duurzame chemie zoals FISCH) anderzijds. I-Cleantech Vlaanderen moet deze voorsprong tezamen met FIT, Flanders Investment and Trade, een gezicht geven in het buitenland zowel voor de promotie van de Vlaamse cleantechindustrie als voor het aantrekken van cleantechbedrijven naar Vlaanderen. Het feit dat sinds enkele jaren ook steden, gemeenten en provincies zich volop inschrijven in de creatie van een lokaal clusterbeleid maakt dat Vlaanderen zich kan positioneren als een ware cleantech-cluster op wereldvlak.” Volgens Prof. Emeritus Willy Verstraete (UGent) moet daarbij ook bijzondere aandacht geschonken worden aan het werkgelegenheidsaspect van cleantech: “i-Cleantech Vlaanderen moet zich ook richten op de tewerkstelling van jonge ingenieurs in de bedrijven. Nu hoopt de kennis zich op in universiteiten en instituten. Ze moet naar de praktijk, naar de werkvloer toe. Zo kan ze onze industrie blijvend op de wereldmarkt zetten.”
100 leden na 4 jaar
i-Cleantech Vlaanderen zal actief inzetten op het samenbrengen van actoren met een focus op het leveren van kennis, inzichten en concrete meerwaarde. Prof. Emeritus Jef Roos (KU Leuven) bevestigt het belang hiervan: “Belangrijk voor het succes van cleantech-innovatie in Vlaanderen is nauwe betrokkenheid en samenwerking tussen universiteiten/onderzoekscentra, bedrijven, overheid en burgers. Hierdoor kunnen prioriteiten beter worden bepaald, en kan de nodige snelheid worden gehaald.” Vanaf oktober 2012 zal daarom een ronde van Vlaanderen starten om pro-actief ons draagvlak uit te breiden. i-Cleantech Vlaanderen mikt op bedrijven (met specifieke aandacht voor KMO’s) en bedrijfsfederaties; transitienetwerken; provinciale én gemeentelijke overheden; kennisinstellingen en middenveldorganisaties. Jones: “De ambitie is om na vier jaar werking 100 leden te hebben.”
Provinciale Antennes
Omdat één van de kerntaken van i-Cleantech Vlaanderen vzw erin bestaat om een katalysator te zijn voor de cleantechsector in Vlaanderen via een actieve samenwerking met de provinciale overheden worden vandaag vijf provinciale Cleantechantennes opgericht. Hiertoe worden formele samenwerkingsovereenkomsten tussen de provincie en i-Cleantech Vlaanderen vzw ondertekend. Elke provinciale antenne heeft één of twee speerpuntdomeinen gekozen (meer info achteraan deze persmededeling). i-Cleantech Vlaanderen zorgt voor de horizontale doorstroming van de kennis en ervaring tussen de verschillende provinciale antennes. Showrooms zoals Energybox zullen daarbij worden uitgebouwd. Ook de creatie van synergieën tussen de verschillende klimaatneutrale processen (Limburg, Gent, Leuven, Antwerpen, andere provincies in de toekomst) zal tot de doelstellingen behoren. Het voorbereiden van grotere EU-projecten waarin verschillende provincies samenwerken (e.g. EFRO, INTERREG) wordt eveneens beoogd. Dit alles moet toelaten om de cleantechsector in Vlaanderen beter te laten inspelen op Europese financierings- en netwerkmogelijkheden.
Nieuwe Milieu en Energie Innovatie Platform (MIP 3.0)
Een tweede kerntaak voor i-Cleantech Vlaanderen omvat de ondersteuning van het cleantechonderzoek in Vlaanderen. De vzw diende bij het IWT het dossier MIP 3.0 in, waarbij i-Cleantech Vlaanderen wil instaan voor de strategische en operationele aansturing van dit onderzoeksprogramma. Innovaties met een groot maatschappelijk valorisatiepotentieel in het domein van cleantech vereisen nog vaak een specifieke aanpak. Bedrijven, in het bijzonder zij die actief zijn in de cleantechsector, spelen een cruciale rol in het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen. Om hiertoe de juiste samenwerkingsverbanden op te zetten en een grotere, versnelde economische en maatschappelijke impact te realiseren, zullen specifieke programma’s uitgebouwd worden. Geert De Meyer (MIP-coördinator): “MIP is een onafhankelijk platform dat bedrijven, overheden, onderzoekscentra en middenveldorganisaties in Vlaanderen samenbrengt die betrokken zijn bij de ontwikkeling en toepassing van cleantech in functie van een verbeterde competitiviteit van de doelgroep en het versterken van de competenties in Vlaanderen. Daarenboven is MIP een financieringsinstrument voor vraaggedreven onderzoek gericht op duurzaam materiaal,- energie- en waterbeheer en duurzame mobiliteit.”
Samenwerking met andere actoren
Aangezien i-Cleantech Vlaanderen complementair en ondersteunend is ten aanzien van bestaande initiatieven, zal ook uitdrukkelijk worden ingezet op actieve samenwerking met die kernactoren. Zo wordt er vandaag ook een samenwerkingsovereenkomst ondertekend tussen i-Cleantech Vlaanderen, OVAM en Plan C, het Vlaamse transitienetwerk voor Duurzaam Materialenbeheer. Jiska Verhulst, de zopas gestarte directeur van Plan C, stelt het als volgt: “Vzw Plan C is ervan overtuigd dat met vzw i-Cleantech de krachten verder gebundeld kunnen worden om van Vlaanderen een koploper in zuivere en schone technologie te maken.” In de toekomst zullen gelijkaardige overeenkomsten gesloten worden in de drie andere cleantechdomeinen: waterbeheer, energie en mobiliteit.
maandag 24 september 2012 - Createch
BRIDEE staat voor Bridging Design, Entrepreneurship and Education. Ondernemende bedenkers, designers en Vlerick business studenten vinden elkaar in internationale bedrijfsteams. Dit co-creatie platform verenigt creatieve bedenkers, ontwerpers en Vlerick business studenten in internationale teams. Ze werken samen om de meest aansprekende ideeën om te zetten in echt durfkapitaal. Elk team wordt gecoacht door business academici en ontwerpers, gedurende een periode van 5 maanden.
Om geselecteerd te worden, nodigen we bedenkers uit om een pitch te presenteren op de IDEEfair op 13 november 2012, de eerste in een reeks van business & design dates. Deze oproep richt zich tot alle bedenkers – studenten, professionals en hun bedrijven. Alle rechten blijven bij de bedenker. Deelname is gratis. BRIDEE is een initiatief van Vlerick Business School en woowoos, met de steun van Agentschap Ondernemen en toonaangevende Belgische instellingen en organisaties die de ondernemersgeest een warm hart toedragen zoals: Artesis Hogeschool Antwerpen, Flanders DC, Howest Hogeschool West-Vlaanderen, Voka en vele anderen.
Hoe werkt het concreet?
• Post je idee op www.bridee.org (Open tot 28 okt - 18 uur).
• Alle inzendingen zullen geëvalueerd worden op originaliteit, creativiteit en commerciële haalbaarheid
door een team van ondernemerschapsdeskundigen.
• Geselecteerde bedenkers presenteren hun idee op de IDEEfair (13 nov). Geïnteresseerde business
en design studenten kunnen samen een team vormen. Wanneer zij elkaar vinden, ontvangen zij het
BRIDEE LABEL en kan co-creatie beginnen.
• Elk team zal een uitgebreid businessplan ontwikkelen, met inbegrip van een gebruiker benadering,
marktstudie, concurrentie analyse en een financieel plan.
• We eindigen het project in schoonheid. De beste teams hebben de mogelijkheid om hun resultaat te
presenteren op een evenement (maart 2013) aan de pers, investeerders en dienstverlenende instellingen
die ondernemerschap en design stimuleren.
Los van het uiteindelijke resultaat blijven de bedenkers steeds eigenaar van hun ideeën. Alle teamleden
tekenen hiervoor een confidentialiteitsovereenkomst.
Bekijk onze website BRIDEE.ORG of download de flyer voor meer informatie.
Team
Vlerick professor Hans Crijns, een boegbeeld op gebied van ondernemen was direct gewonnen voor het idee: “Eindelijk een initiatief dat concreet inspeelt op de behoefte van studenten om écht iets concreets met hun businessplan te doen. In BRIDEE worden managementstudenten gevoed met echte ideeën, en tegelijkertijd worden creatieve mensen gesteund in het laten uitwerken van die ideeën. Die complementariteit is zowel een boost voor creativiteit als talent.”
Chris De Backer, founder woowoos nv, was op zoek naar een manier om een brug te bouwen tussen de wereld van design en business: “Er zijn zoveel creatieve mensen die een heel goed idee hebben, maar niet weten hoe ze de volgende stap moeten zetten. In de meeste gevallen verdwijnen ze gewoon in de kast. BRIDEE en Vlerick Business School willen daar iets aan doen. We streven ernaar om verschillende van die ‘verloren’ ideeën te laten uitgroeien tot ventures onder impuls van business studenten.”
Vlerick professor Miguel Meuleman, die design een warm hart toedraagt, werd erbij gebracht om het team te versterken en het idee BRIDEE was geboren: ‘Met het project BRIDEE trachten we zowel ondernemers als managementstudenten en designstudenten met elkanders bril naar een probleem te doen kijken. De synergieën die hieruit ontstaan leiden hopelijk tot echte, waarde-creërende bedrijven die dicht staan bij de realiteit.’
Peter Van Riet, Studio Peter Van Riet / Leading Design Coach BRIDEE: “Ik ben fier om deel uit te maken van het BRIDEE team! Het is een geweldige kans om deel te nemen aan een project dat tot doel heeft om twee werelden samen te brengen. Als Design bureau combineren wij deze twee werelden. Dit is volgens mij cruciaal om de juiste diensten te leveren aan onze klanten. Ik denk dat beiden, ontwerpers aan de ene kant en ondernemers aan de andere kant, de fout maken door te leven in hun eigen wereld en in plaats van wat ze pretenderen toch niet open staan voor andere meningen als ze niet passen in hun eigen overtuiging. Daar zie ik mijn toegevoegde waarde. Ik denk dat ontwerpers niet te veel moeten praten met andere ontwerpers. Zorg ervoor dat je de taal van het bedrijfsleven leert kennen en je zult in staat zijn om veel meer impact te maken. Aan de andere kant bedrijven moeten openstaan om te luisteren naar wat ontwerpers willen vertellen. Als je in staat bent om deze werelden bij elkaar te brengen, zal het resultaat schitterend zijn. Laten we de wereld veranderen!“
Partners
Chris Baelus, Productontwikkeling Artesis: “De Artesis opleiding productontwikkeling heeft zich toegelegd op de integrale aanpak bij productinnovatie. Daarbij wordt er een balans gezocht tussen creativiteit en het belang van technologische, gebruikersgerelateerde en economische criteria. BRIDEE biedt onze studenten een unieke kans om deel uit te maken van een multidisciplinaire team en zo de meerwaarde van creativiteit en “design thinking” te demonstreren. Het scherpt hun zin voor entrepreneurship aan en biedt de mogelijkheid tot het uitbouwen van een professioneel netwerk en het daadwerkelijk op de markt brengen van hun ideeën en ontwerpen.”
Lily Libeert, Business Developer binnen Industrial Design Center l Howest: “Binnen het Industrial Design Center zijn creativiteit en innovatie troef. Onze studenten binnen de ontwerpopleidingen zijn constant druk in de weer met het ontwikkelen van ideeën tot vernieuwende, productieklare producten. Deze projecten hebben vaak heel wat (markt)potentieel. En net hier kan BRIDEE een grote toegevoegde waarde betekenen. De schakel tussen creatieve en economische studenten kan leiden tot sterke businessplannen, waarbij het marktpotentieel van een project omgezet wordt tot een marktwaarde.”
Hannelore Van den Abeele, Sint Lucas – Gent: “Twee werelden: het zakelijke ten opzichte van kunst en design. Men kan nooit vroeg genoeg beginnen om elkaar te kennen en te waarderen en – wie weet – zelfs samen te werken.”
Carlo Vuijlsteke, Project Manager Creatieve Industrieën bij Flanders DC: “als Vlaamse organisatie voor ondernemingscreativiteit willen we creatief Vlaanderen meer ondernemend maken. We hebben in de creatieve sector nood aan meer projecten waarin kunstenaars en creatievelingen al doende meer zin voor ondernemen krijgen. Aan de hand van initiatieven die de brug slaan tussen twee verschillende opleidingen leren zowel studenten uit creatieve richtingen als business-studenten van elkaar. Een win-win voor beide partijen dus.”
Raf Vermeiren, Investeringsmanager bij CultuurInvest: “PMV-CultuurInvest investeert in creatieve ondernemers. CultuurInvest juicht daarom BRIDEE toe, omdat zij mee een brug wil slaan tussen design, creativiteit en ondernemerschap. Dit zal zeker versterkend werken naar meer ondernemerszin.”
MEER INFORMATIE
woowoos – Chris De Backer / T 0475 21 00 28 – chris@bridee.org
Vlerick Business School – Tine Holvoet – tine.holvoet@vlerick.com
maandag 24 september 2012 - Algemeen
Op voorstel van minister Ingrid Lieten, bevoegd voor het Vlaamse innovatiebeleid, besliste de Vlaamse Regering op 20 juli 2012 om een proeftuin Zorginnovatieruimte Vlaanderen op te zetten. De proeftuin dient zich te richten op het stimuleren van innovatie in de ouderenzorg.
Een proeftuin is een gestructureerde testomgeving waarin organisaties innovatieve technologieën, producten, diensten en concepten kunnen testen, gebruik makend van een representatieve groep van individuen, die als testers worden ingezet in hun eigen leef- en werkomgeving. Een proeftuin bestaat uit één of meerdere proeftuinplatformen waarop verschillende projecten uitgevoerd worden.
Aan IWT werd de opdracht gegeven om twee oproepen in het kader van de proeftuin Zorginnovatieruimte Vlaanderen te lanceren.
De eerste oproep betreft een oproep voor voorstellen voor proeftuinplatformen en bijhorende projecten. Deze oproepbiedt aan bedrijven, social profit organisaties actief in de zorgsector, en steden en gemeenten de mogelijkheid voor het bekomen van subsidies voor de opstart (en het onderhoud) van een proeftuinplatform in het domein van de ouderenzorg en de ontwikkeling van innovatieve zorgconcepten op dit platform.
De tweede oproep richt zich tot kennisinstellingen met een ruime expertise op vlak van zorgprocessen, onderzoeksmethodologieën, vergrijzing en zorgeconomie, en heeft als doel om een wetenschappelijk consortium te selecteren dat zal instaan voor de wetenschappelijke begeleiding van de –in oproep 1– gesteunde proeftuinplatformen.
De oproepen worden vanaf vandaag geopend. De deadline voor het indienen van voorstellen is 8 januari 2013.
Voor meer informatie omtrent de oproepen kan u terecht op de IWT-website (www.iwt.be/subsidies/proeftuinzorg) of bij de verantwoordelijke IWT-adviseurs Patricia Menten (02/432.42.13) en Alain Thielemans (02/432.42.44).
Er zal een informatiesessie doorgaan in het Hendrik Conscience-gebouw (zaal Hadewych) op 8 oktober 2012, om 16h30. Inschrijven kan tot 3 oktober 2012 via http://www.iwt.be/formulier/registratie-infosessie-proeftuin-zorginnovatieruimte-vlaanderen.
donderdag 20 september 2012 - Lifetech
Ongeveer twee procent van de bevolking heeft een Barrett-slokdarm. Patiënten hebben last van chronische oprispingen met brandend maagzuur en hebben een verhoogde kans hebben om na verloop van tijd slokdarmkanker te ontwikkelen. Onderzoekers van UZ Leuven hebben samen met Euopese collega’s twee genen geïdentificeerd die mee verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van een Barrett-slokdarm. De resultaten vormen een doorbraak in het onderzoek naar deze aandoening, waarvan het ontstaan tot voor kort een raadsel was.
Bij een Barlett-slokdarm (links) is een deel van het slijmvlies bekleed met een ander soort slijmvlies. Rechts een normale slokdarm.Bij een Barrett-slokdarm is een deel van het slijmvlies bekleed met een ander soort slijmvlies. De aandoening ontstaat vaak als gevolg van een chronische slokdarmontsteking en treft voornamelijk blanke mannen.
Een Europees onderzoeksconsortium verzamelde genetisch materiaal van duizenden patiënten met een Barrett-slokdarm en vond twee genetische varianten die kunnen leiden tot de ontwikkeling van de aandoening. Zo leveren ze het eerste duidelijke bewijs voor een genetische voorbestemming bij de ontwikkeling van een Barrett-slokdarm.
Bovendien ontdekten de onderzoekers dat een aantal variaties in ons genetisch materiaal die voorbeschikken tot overgewicht, ook geassocieerd zijn met Barrett-slokdarm. Genetische effecten verklaren dus vermoedelijk deels waarom een hoog BMI een risicofactor is voor de aandoening.
UZ Leuven nam aan het onderzoek deel onder leiding van professor Hans Prenen en professor Raf Bisschops, en met medewerking van studieverpleegkundigen Stephanie Depeyper en Hilde Willekens.
De resultaten van dit onderzoek werden gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Nature Genetics. (Bron: KU Leuven)
maandag 17 september 2012 - Algemeen
Vlaams minister-president Kris Peeters heeft het startschot geven voor het 'Strategisch Leerplatform voor Nieuw Industrieel Ondernemen'.
Dat is - in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden - geen platform voor het onderwijs, maar een overlegorgaan waarlangs kennis opgedaan met de eerste 26 projecten in het kader van het Nieuw Industrieel Beleid, zal uitgewisseld worden.
Na iets meer dan een jaar Nieuw Industrieel Beleid stelt de Vlaamse regering al heel wat zaken opgestart te hebben: 'de Industrieraad werd opgericht, er werden middelen vrijgemaakt om de transformatie te ondersteunen, de 50 acties van het NIB komen op kruissnelheid, en de eerste projectoproep werd in juni afgerond met een selectie van 26 projecten die nu van start gaan'.
Om tot een maximale kruisbestuiving te komen, zullen de betrokkenen bij deze 26 projecten ervaringen kunnen uitwisselen via dit 'Strategisch Leerplatform'. De idee is dat de betrokkenen van elkaar leren over wat bijvoorbeeld wel dan niet werkt en waar op moet gelet worden.
Ter herinnering: het doel van het Nieuw Industrieel Beleid van Kris Peeters is het omvormen van onze industrie naar de fabriek van de toekomst. De minister-president kende destijds 8,4 miljoen euro toe aan overkoepelende federaties om hen toe te laten te experimenteren met nieuwe benaderingen.
De kick-off vond plaats in het Huis van de Automobiel, en kon rekenen op een grote opkomst van de vertegenwoordigers van alle sectorfederaties, bedrijfsorganisaties en de academische wereld.
(Bron: BB en engineeringnet.be)